Wanneer is de piano juist gestemd?

Technisch gezien kan een piano niet “juist” gestemd worden… maar daar kom ik later
nog op terug!  


Een juiste stemming heeft te maken met de samenklank van frequenties. Een noot kan
2x zo snel trillen dan een andere noot en deze zal een octaaf (dezelfde noot maar in een
hoger register) vormen op de basis noot. 4x zo snel en je maakt een nieuw octaaf.
De Griekse filosoof Pythagoras uit de Oudheid besefte dit bij het observeren van een
ijzersmid. Wanneer de smid op zijn aambeeld hamerde kreeg je een bepaalde toon. Deze
toon klonk mooi samen wanneer de smid op een ander aambeeld klopte die maar de helft zo
groot was.


Pythagoras ontdekte dat er een wiskundig verband is tussen noten en de grootte van het
voorwerp dat de noot produceert. Een octaaf kan wiskundig dus als een 1/2e breuk gezien
worden. Hij ontdekte dat er verschillende wiskundige verbanden waren die mooi
samenklonken zoals de 2/3e breuk dat in de muziek een kwint vormt. Dit komt door de
natuurlijke boventonen van een noot. Wanneer 2 tonen in een gelijke boventoon rijke manier
samen trillen ervaart ons gehoor dit als aangenaam, mooi en consonant. Als 2 klanken weinig
overeenkomende boventonen heeft dan botsen de klanken met elkaar en wordt dit als lelijk of
vals of dissonant ervaren. Na enig onderzoek bedacht Pythagoras een systeem om een simpel
instrument zoals een lyra (historisch draagbare harp) te stemmen zodat alle noten die erop
getokkeld werden altijd mooi samen klonken op een manier dat toen alleen de menselijke
stem dat kon…of… toch niet helemaal?


Deze Pythagoriaanse stemming lijkt het utopia te zijn van stemmingen op
snaarinstrumenten, maar de samenklank komt toch niet helemaal uit over het groter bereik
van een instrument. De bassen en de hoge tonen botsen na verloop van tijd met elkaar zodat
het mooie octaaf eigenlijk net iets te ver uit elkaar ligt dan zou mogen. Dit is een probleem
dat tot en met de 17e eeuw van toepassing was, er werd dus vaak geschreven in bepaalde
toonaarden of alternatieve stemmingen om het stuk mooi te doen klinken. Ook werd er
tijdens het componeren de slecht klinkende intervallen vermeden. Al die alternatieve en
verschillende stemmingen noemen we het temperament.


Het temperament van Pythagoras berust zich in het stemmen van perfecte kwinten. Een
ander temperament genaamd Meantone berust zich in het stemmen van perfecte grote
tertsen. Allebei een heel goede manier maar helaas geeft geen van beiden een componist de
vrijheid om zomaar naar een willekeurige toonaard te gaan zonder het risico te lopen dat
bepaalde intervallen en akkoorden niet mooi gaan klinken op dat klavier. Het instrument
moest dus vaak anders gestemd worden voor elk ander nummer in een andere toonaard.
Het is vandaag de dag moeilijk te geloven maar dat was voor vele jaren de realiteit van
alle klavier bespelers. Instrumenten zoals blazers en strijkers hadden minder problemen
omdat ze de noten met hun handen of lipspanning licht konden manipuleren om ervoor te
zorgen dat alles mooi samen zou klinken met andere muzikanten. Aangezien een klavier
instrument geen direct contact biedt met de snaren kunnen ze dus ook niet gemakkelijk
gemanipuleerd worden.


Doorheen de 17e eeuw heeft men een zeer populair compromis gevonden. Met deze
methode werden alle 12 halve tonen in een perfect octaaf allemaal in eenzelfde toonafstand
uit elkaar gestemd. Zo klinken alle samenklanken allemaal even juist of fout hoe je het ook
bekijkt. Dit compromis word het Equal Temperament genoemd.


Zo klinkt een octaaf altijd correct, maar een kwint bijvoorbeeld net iets te klein en een
kwart net iets te groot maar de verschillen zijn zo licht waarneembaar zodat onze oren het
toch niet als vals ervaren in een muzikale context. Dit geeft je ook de vrijheid om van
toonaard naar toonaard te kunnen moduleren zonder echt fout te klinken. Dit is tot vandaag
de dag het temperament waarin bijna alle instrumenten worden gestemd. Het is dus de kunst
als pianostemmer om ook dit temperament over te brengen naar de piano in elke huiskamer
of podium en ervoor te zorgen dat elke bezetting of compositie zonder zorgen goed gaat
klinken van eerste tot laatste noot.