Piano Stemmen

Wat is de piano en vanwaar komt zijn naam?

De vleugelpiano. Het is een welbekend muziekinstrument dat tot de verbeelding spreekt van mensen over de hele wereld. Een snaarinstrument met 52 witte toetsen en 36 zwarte toetsen welke samen 88 toetsen zijn. Die 88 toetsen worden het klavier genoemd. Deze heeft zijn naam te danken aan het Latijnse woord ‘Clavis’ welke sleutel betekent. Het klavier is dus de symbolische en fysieke sleutel om een muzikaal idee om te kunnen zetten in geluid via
mechanica. Daarmee is het ook mogelijk om meerdere tonen tegelijk te kunnen spelen wat
een blazer of zanger bijvoorbeeld niet kan. Deze mechanica is de laatste 100 jaar min of
meer ongewijzigd geweest maar is al sinds de 16e eeuw in zijn historische varianten
geëvolueerd tot het instrument dat we vandaag de dag herkennen als de piano.


De historische voorlopers zoals onder andere het Virginaal, Spinet en Klavecimbel

lijken op het eerste zicht op een piano maar hadden meestal 60 toetsen en waren kleiner en

lichter gebouwd. Het onderscheid zien we onder andere in het mechanisme van het klavier

dat de snaren doet trillen om zo geluid te kunnen maken wanneer je de toetsen ervan indrukt.

Zo een snaar werd eerder getokkeld door vogelpennen (op een zelfde manier als een plectrum

bij de gitaar) wanneer je een toets in drukt. Zodra je de toets loslaat gaat er een demper over

de snaar komen om de klank te doen stoppen. Dit mechanisme is vrij eenvoudig. Het geluid

van de eerder genoemde instrumenten was ook heel anders. Deze kan je vergelijken met een

gitaar of luit maar dan sterker van klank. Dit mechanisme was jaren populair maar had ook

zijn tekorten. Zo was het niet mogelijk zoals bij de meeste instrumenten zoals blazers, strijkers

of percussie om dynamisch te veranderen van geluidssterkte. Je kon bij die historische

klavieren dus niet luider of zachter spelen. Ook al zouden jouw vingers harder of zachter de

toets indrukken, het mechanisme kon dit via de vogelpennen niet overbrengen op de snaar.


Dit probleem werd in de 17e en 18e eeuw aangepakt tijdens het voortdurend
experimenteren met nieuwere mechanieken. In de 17e eeuw had je een instrument dat zich onderscheidde van de Klavecimbel en waar je wel zacht (Piano) en luid (Forte) kon spelen. Dit
instrument werd dan ook de Pianoforte genoemd wat een kortere benaming is voor het
Klavierinstrument dat zacht en luid kon klinken . Dit mechaniek kan je zien als de simpele
versie van de huidige piano. Hierbij berust men op het gebruik van een hamermechaniek dat
op basis van verschil in druk op de toets een snaar harder of zachter kon aanslaan. De
hamerkoppen van dat mechanisme werden toen vooral uit leer gemaakt waardoor het
instrument zijn karakteristieke heldere en percussieve klank kreeg. De pianoforte was slechts
de eerste stap in de pianotechniek waar die werd doorheen de jaren nog verder
geperfectioneerd.  


In de late 18e eeuw en begin van de 19e eeuw zijn ze onder andere overgeschakeld naar
vilten hamerkoppen welke de pianoforte-klank zachter maakte. Daardoor verkreeg men meer
het typische piano geluid van vandaag de dag. Dit instrument werd alsmaar meer de
standaard in de concertzalen in de 19e eeuw en zorgde ook voor een ware revolutie op gebied
van pianocomposities. Daarin werd er gretig gebruik gemaakt van fluister zachte of
buitengewoon luide passages om dit instrument zijn veelzijdigheid en dynamiek in de
spotlight te kunnen zetten en het publiek van verbazing en emotie te overdonderen.  

 

In de late 19e en begin 20e eeuw werden de piano’s standaard meer en meer voorzien
van een metalen kader (de basis waar de snaren werden op gespannen binnenin het
instrument) dat bij draagt tot een betere stabiliteit van de stemming op de piano. Hiervoor
waren dat steeds houten kaders welke vatbaarder waren voor temperatuur- en
vochtigheidsschommelingen.